Emma Sophie Bruininkx
Sophie loopt naar school. Ze wil niet eens een handje meer. Als ik geluk heb mag ik der af en toe tillen. Maar zodra we op school zijn mag mama niet weg. "mama blijven".
De juf zet het liedje aan, een teken dat de papas en de mamas wegmoeten. De stoeltjes worden in een kring gezet en de kindjes zwaaien uit. Behalve Sophie, die hangt met dikke dikke dikke tranen aan mijn nek. "mama neehee, mama, eng". De juf komt er bij en trekt ze van me af, alsof je kauwgom van mijn trui af moet krabben. Snel loop ik naar buiten en loop naar het uitzwaai raam. Ik zie de vrolijke juf met Sophie op der arm staan. Ik zie het rooie gezichtje vol tranen en snot. "mama", roept ze na. Ik draai me om en loop naar huis.
Op de parkeerplaats hoor ik haar nog gillen. Ik hou mezelf voor dat dit echt het beste is. De hele tijd naar huis loop ik met mijn hoofd naar beneden, zolang ik maar geen mensen hoef aan te kijken. Een beetje autistisch zal het wel overkomen op de mevrouw die de heg staat te snoeien en die we net nog vrolijk goedemorgen groetten. Maar nu niet, want ik ben nu alleen.
Thuis check ik snel mijn email en besef dat er niet veel nieuws is op de wereld zonder sophie. De make up koopjes vind ik doelloos en kleding heb ik eigenlijk niet nodig. Ik maak een beetje schoon en neem pauze voor wat te drinken. Nog een uur en dan mag ik weer. Ergens diep van binnen weet je dat kinderen zulke fases doormaken maar het liefst zou ik sophie willen halen van school en haar heen en weer wiegend op de bank in slaap willen laten vallen. Met duizend kusjes op haar haartjes en ruikend aan haar hoofdje.
Om kwart over 11 maak ik een vreugde sprong, ik mag bijna. Ik kleed me om en zoek mijn telefoon en sleutels bij elkaar. Ik moet mezelf tegen houden om niet te gaan rennen. Mijn stappen zijn veel groter als normaal en ik kijk naar het punt waar ik heen moet. Ik kijk naar de autos die voorbij komen om te kijken of er een moeder inzit waarvan het kindje ook op school zit, maar ik herken niemand.
Ik neem de short cut en kijk op me telefoon hoe laat het is, nog 8 minuten. Zoevend langs de pas gesnoeide heg bedenk ik dat ik me energie weer op voel stromen.
Bij de school aangekomen kijk ik door het uitzwaai raampje. Ik zie overal kinder bolletjes maar door de weerspiegeling zie ik niet wie of waar Sophie zit. Ik merk dat ik hardop glimlach als ik al die kleine kindjes in de kring zie zitten en wetende dat MIJN dochter daar ook tussen zit. Hoewel alle kindjes netjes zitten ben ik dubbel zo trots op Sophie, waarom weet ik niet, dat ben ik gewoon.
Ik zie wat moeders elkaar groeten en de wat oudere moeders praten met elkaar. Ikzelf ben daar te stoer voor, of te onzeker en speel wat met me telefoon. Op twitter deel ik mee dat ik Sophie uit school haal.
Ik hoor de juf het welbekende liedje "dag dag allemaal" zingen en ik sluit twitter en het internet af. Terwijl ik mijn telefoon in mijn zak doe, doet de juf de deur open. "Hallo allemaal". Het liefst ren ik alle moeder voorbij en spring ik over de kinderwagens heen om als eerste binnen te zijn, Maar zoiets doe ik niet uit goed fatsoen.
Ik hobbel de moeders achterna en betrap mezelf erop dat ik me erger aan de TE langzaam lopende moeders voor mij, loop eens door joh, mijn dochter zit te wachten. Weer laat ik niets merken natuurlijk, ik neem aan dat alle moeders in hetzelfde schuitje zitten namelijk.
Zodra ik binnen ben rits ik haar rugzak van de kapstok en loop de klas in. Overal zie ik kinderen met hun mama's knuffelen en laten ze trots hun tekening zien.
Ik zoek naar een klein meisje met een poppengezichtje. Meestal met een palmboonstaartje in en roze nike schoentjes. Zo 1 2 3 zie ik der niet tussen al die krieoelende kindjes en ik kijk naar de juf. Die is veel te druk met andere kindjes en kan mij niet helpen. Ik moet het zelf oplossen, Lichtelijk raak ik in paniek, maar weer uit goed fatsoen hervat ik mezelf.
Dan opeens zie ik dat alle kindjes oorspronkelijk op de grond tegen de grote kast aan zaten. Ik kijk op de grond en daar zit ze. 2 hoge staartjes die iets zijn afgezakt. het roze speldje zit nog in haar pony maar niet zoals ik het had aangedaan. Met de duim in de mond kijkt ze naar de andere kindjes die het druk staan uit te leggen tegen papa en mama.
Ik roep der naam een paar keer maar ze kijkt niet om, veel te druk met opletten wat de andere doen. Ik probeer me tussen de papas en mamas te wurmen en tik der op der kleine hoofdje. Ze kijkt op en ik hoor een zucht van herkenning.
Met moeite gaat de duim aan de mond en komt ze omhoog. Ze frummeld de tekening in mijn handen, en als ik vraag of zij die heeft gemaakt knikt ze langzaam. "oh wooowwww, wat mooi" "dat is wel knap van jou". Ze slaat haar ogen toe en met moeite krijg ik een kroel en kusje. Ik merk aan mezelf dat ik stiekem toch wat terleurgesteld ben, dat ze me niet zo gemist had als ik had gehoopt. Maar het gevoel van wederzien wint het van mijn ijdelheid.
Ik til der op en zwaai naar de juffen. Op de weg terug vraag ik honderd uit over school. Veel wijzer word ik niet, en het is maar goed dat ik die tekening in mijn handen heb, dan weet ik iig dat ze heeft gekleurd die ochtend.
Thuis aangekomen doe ik der schoentjes en jasje uit en smeer ik een boterham, met kaas, want dat wilde ze. Omdat ik der zo heb gemist kook ik een eitje, der lievelings. Niet veel later leg ik mijn allerliefste op bed. Ze is alweer wat bijgekomen van school en krijg nu wel honderd kusjes. Ik ruik nog even aan haar haartjes en zeg ze lekker moet gaan slapen. Overbodige informatie eigenlijk, want ze heeft zich al omgedraaid met meneer beer in haar armen geklemd.
Ik sluit de deur van haar kamertje en weer ben ik alleen. Maar dit maal is het niet zo erg. Ik heb mijn "spirit" weer terug en kan de wereld weer aan. Direct heb ik zin om make up en kleding te kopen. Want ja, het was in de aanbieding en heb toch echt kleding nodig.
xxx Joyce